Het Stadhuis van Sint-Gillis : virtuele bezoek

DE ARCHITECTUUR


Het Stadhuis van Sint-Gillis is het werk van Albert Dumont (1853-1920), in Franse neorenaissancestijl, en strekt zich uit over een oppervlakte van 4.267 m² over twee niveaus in hoefijzervorm. De monumentale trap in het midden van het voorplein overkoepelt de hall van de voertuigen en geeft toegang tot de praalzalen op de eerste verdieping. De diensten bestemd voor het publiek worden bediend door twee ingangsdeuren gelegen in de hoek van de hoofdgevel met de zijvleugels. Daarenboven verheft zich ter hoogte van de linkervleugel een belfort (symbool van de gemeentelijke onafhankelijkheid) met een hoogte van 41 meter en steekt daarmee uit boven het gebouw.
De gevels zijn samengesteld uit een grote verscheidenheid aan materialen : voor de onderbouw roze graniet van de Vogezen met reliëf, voor de buitenste zijgedeelten en de achtergevel steen van Euville gecombineerd met plaatselijke en Boomse baksteen, voor de zuilen blauwe hardsteen en tot slot witte steen voor de frontons en de dakramen. Het gehele gebouw wordt overkapt door hoge daken in leisteen hier en daar onderbroken door koepels.

DE VERSIERINGEN

Om de verfraaiing van het gebouw te verzekeren benoemt de Gemeenteraad een kunstcommissie voorgezeten door de H. Louis Morichar, Schepen van Openbaar onderwijs en Schone Kunsten. Deze commissie werkt dan samen met architect Albert Dumont en Julien Dillens voor alles wat de kunstversiering van het gebouw betreft. De beeldhouwwerken en schilderijen werden toevertrouwd aan de meest vooraanstaande kunstenaars van het ogenblik. Samen vormen zij een Belgisch panorama uit de eerste helft van de 20ste eeuw en geven blijk van een groots decoratief en allegorisch programma om het imago van de gemeente en haar verwezenlijkingen uitbundig lof te betuigen. De symbolische onderwerpen van de beeldhouwwerken en de fresco’s onthullen immers de wil van de gemeente op gebied van sociale, economische en culturele actie.

De buitenversiering

De verschillende gevels zijn versierd met vele standbeelden uit verschillende materialen : verguld brons, wit carraramarmer, witte steen van Euville, ...

Voorgevel

De rijkelijk versierde voorgevel omvat zes standbeelden in Euvillesteen, geplaatst op de kroonlijst. Zij stellen de gemeentelijke opdrachten voor, van links naar rechts de Solidariteit (koppel dat een mand fruit deelt), de Volksgezondheid, de Openbare Veiligheid (vrouw met een hond), de Financiën (vrouw die een hoorn des overvloeds draagt), de Armenzorg en de Onderlinge bijstand (vrouw die een bejaarde helpt). Zij werden respectievelijk gemaakt door de beeldhouwers Victor Rousseau, Pierre-Jean Braecke, Jean-Baptiste de Keyzer, Désiré Weygers, Léandre Grandmoulin en Alphonse de Tombay.

Zo ook werd de eretrap versierd met vier standbeelden in wit Carraramarmer : in het midden staan het Onderwijs (vrouw die met de vinger naar een boek wijst) en de Gerechtigheid (vrouw die het zwaard en de weegschaal vasthoudt) van Jacques de Lalaing, geflankeerd door de Arbeid (man die mediteert over het onderbroken werkstuk) en het Recht (de voeten van de man staan op boeken, burgerlijke wetboeken) van Julien Dillens.

De gevels van de zijvleugels

De gevels van de zijvleugels bevatten eveneens vele beeldhouwwerken. De nissen zijn getooid met standbeelden uitgevoerd door Isidore de Rudder, Charles Samuel, Henri Boncquet en Arsène Matton. Zij verbeelden links de Kunst (een man die een standbeeld vasthoudt) en de Wetenschap (vrouw die een wereldbol vasthoudt) en rechts de Nijverheid en de Handel (man die een mand fruit en groenten vasthoudt en aanwezigheid van een caduceus). De kroonlijst van de paviljoens is op haar beurt versierd met de werken van Ferdinand Schirren, Godefroid de Vreese, Jacques Marin, Eugène Caneel en Paul Dubois die links Water en Gas, rechts de Tram (vrouw met wiel), het Moederschap (vrouw die een kindje wiegt), de Kinderbescherming (vrouw die een kind beschermt) en de Elektriciteit voorstellen.

Torentjes van het voorplein, zijgevels en zijwegen

De versiering van de twee torentjes van het voorplein, van de zijgevels, maar ook van de zijwegen, werd niet vergeten. Elk torentje werd inderdaad versierd met een bas-reliëf : de Vruchtbaarheid door Jean-Marie Hérain, links, en de Rijkdom door Edouard Roskam, rechts. Als de bezoeker rond het gebouw gaat kan hij in de nissen van de zijgevels allegorieën ontdekken van het Schilderij (vrouw met palet en penseel) en het Beeldhouwwerk (vrouw die een beeld vasthoudt) kant Arthur Diderichstraat, en de Letteren (vrouw met potlood) en de Wetenschap (vrouw die een open boek toont), kant Lombardijestraat. Deze werden gemaakt respectievelijk door de beeldhouwers Paul Dubois en Alphonse de Tombay aan wie deze opdracht werd toevertrouwd in 1912.

In de twee zijwegen langs beide kanten van het gebouw staan standbeelden in brons. Het ene, gemaakt door Paul Stoffyn, stelt een arbeider voor ; het andere, van de hand van Victor de Haan, een brandweerman aan het werk.

Beeldhouwwerken van de frontons en de toren

Wanneer we onze blik verheffen, kunnen we andere beeldhouwwerken zien die bovenaan het gebouw werden geplaatst. De frontons van de drie paviljoens bieden plaats aan vogels in verguld brons : in het midden de Adelaar door Alfred Crick, links de Haan door Joseph Baudrenghien en rechts de Uil door Egide Rombaux. Deze keuze is niet zonder betekenis want aan elke vogel is een sterke waarde verbonden : de kracht voor de adelaar, de wijsheid voor de uil en het licht voor de haan. De toren werd op zijn beurt opgeluisterd met vier Vermaardheden in verguld brons, van de hand van beeldhouwer Léon Vogelaar.

De Godin van de Bock

Wanneer een bezoeker op het voorplein van het Stadhuis komt, kan zijn blik alleen maar aangetrokken worden door dit grote naaktbeeld in brons, De Godin van de Bock, gemaakt door Jef Lambeaux. Oorspronkelijk had dit standbeeld, dat 3,60 m hoog is, op een monumentale fontein moeten staan om de stichting van de Intercommunale Watermaatschappij te herdenken. Deze fontein, in 1894 door de gemeente besteld, had op het Van Meenenplein moeten staan, maar zag nooit het daglicht. Nadat zij eerst werd geweigerd en daarna aanvaard door de Koninklijke Commissie voor Monumenten, bracht Albert Dumont haar de genadeslag toe door zich te verzetten tegen de oprichting ervan om niet te schaden aan het totaalbeeld van het Stadhuis. Omdat het standbeeld was afgewerkt werd het toch voorgesteld. Maar nauwelijks tentoongesteld veroorzaakt de Godin van de Bock een regelrecht schandaal : de toenmalige puriteinse geesten vonden haar veel te onzedig en smachtend. Zij werd toen gedurende vele jaren ondergebracht in de kelders van de school in de Bordeauxstraat. Er diende gewacht tot 1976 om de Godin van de Bock uit haar vagevuur te halen en terug te laten verschijnen op het voorplein van het Stadhuis. Gedurende deze lange jaren vagevuur lag zij in de gang en generaties gemeentearbeiders konden het niet laten haar rechterborst te aaien... En, toen ze weer werd tentoongesteld heeft men dit deel van haar lichaam, dat door duizenden liefkozingen werd gepolijst, moeten dof maken om het niet te laten afsteken tegen de rest.
Wij verlaten nu het voorplein en ontdekken de rijkdom van de monumentale schilderijen die de praalzalen van het Stadhuis opluisteren.

Binnenversiering

De binnenversiering van het Stadhuis is, door de keuze van de kunstenaars en de kwaliteit van de werken, een echt manifest van de Belgische kunst uit het begin van de XXste eeuw. De uitvoering van deze monumentale schilderijen werd immers toevertrouwd aan de kunstenaars die representatief zijn voor het Belgisch Symbolisme : Albert Ciamberlani, Emile Fabry, Omer Dierickx en Fernand Khnopff.

Gemeenteraadszaal

Eugène Broerman, kunstschilder uit Sint-Gillis, werd belast met de versiering van de Raadzaal. Door zijn fresco’s brengt hij het ontstaan en de groei van de gemeente Sint-Gillis in herinnering. Het grote fresco op het uiteinde van de zaal, achter de zetels van het Schepencollege, stelt het thema voor van de gemeente als ontwerpster en opvoedster. De opvoedkundige dimensie wordt gesymboliseerd door de jonge vrouw vergezeld van twee scholieren. De gemeente staat zo in voor de toekomst van haar kinderen. Wat de dimensie van oprichtster betreft, deze wordt uitgebeeld door de eerstesteenlegging, wat de geboorte van een nieuw tijdperk symboliseert (verstedelijking en industrialisering). Deze steen wordt met een bezieling van arbeiderssolidariteit geduwd naar de top van een helling, een helling die een zinspeling is op de ligging van de gemeente Sint-Gillis. Tegenover de vensters, waarvan de glasramen de wapenschilden van verschillende Brusselse gemeenten weergeven, stelt het fresco drie grote thema’s voor : het dorp op de duinen, de terugkomst van het zaaien en het oogsten, wat herinnert aan het plattelandsverleden van de gemeente.

Europazaal

De Europazaal kreeg haar naam omwille van de aanwezigheid van de wapenschilden van de Europese gemeenten waarmee de gemeente Sint-Gillis verbroederde (Puteaux...)
Deze zaal, de prachtigste van het Stadhuis, versierd door kunstschilder Omer Dierckx, heeft een hoge gaanderij die een totaalbeeld biedt van de binnenruimte en de versieringen. In de aanzet van de venstergewelven houden zes symbolische paren bloemenslingers vast en beelden zo de natuur uit. Het centrale paneel van de overwelving beeldt de Vrijheid uit die nederdaalt op de wereld onder de toejuiching van de Mensheid. De uiteinden, afgescheiden door een gewelfrib, hebben eveneens een geschilderde versiering. Op het rechterpaneel overheerst de godin Minerva (witte toga, helm en schild) de Mensheid. Zij wordt omringd door een grijsaard die de Ervaring voorstelt, en een jong meisje dat de Verdraagzaamheid uitbeeldt, rechts, en door een gesluierd jong meisje, het Denken en een meisje dat een perkament vasthoudt, de Studie. Dit mythologisch tafereel herinnert eraan dat de gemeenteraadsleden blijk moeten geven van Ervaring, Verdraagzaamheid, Denken en Studie om hun acties bij de bevolking tot een goed einde te brengen. Dit idee is hernomen in de uitbeelding in het boogpaneel van de Raad der Wijzen. Links onderscheiden we door de wolken Venus die de liefde naar de Aarde zendt, wat moet gepaard worden aan de voorstelling op het boogpaneel van een huwelijk die aldus de trouwzaal aankondigt. Dit thema van een huwelijk staat niet los van de zinnebeeldige voorstellingen van de Schoonheid, de Trouw, de Plicht en het Moederschap geplaatst boven de vensterbogen.

Trouwzaal

De gehele versiering van deze zaal werd bedacht in het licht van haar hoofdfunctie, het inzegenen van huwelijken, meer bepaald door de keuze van de onderwerpen.
De zoldering werd versierd door de meest vermaarde Belgische symbolische kunstschilder, Fernand Knopff. Zij bestaat uit verschillende panelen. In het midden ziet men de Dag en de Nacht die de Dierenriem dragen. De panelen genaamd De Kracht van de man verdrijft het Onheil en De Sierlijkheid van de vrouw trekt het Geluk aan zijn op elk uiteinde symmetrisch opgesteld. Deze taferelen zijn in verband te brengen met enerzijds de adelaar die de notie van de kracht van de man ondersteunt, en anderzijds met de duifjes die de vrede verbeelden die verbonden is met de beeltenis van de vrouw.

Met de uitbeelding van de man en de vrouw moeten nog de vervlochten ringen in verband gebracht worden, terugkerende decoratieve elementen die doen denken aan het huwelijk.

De muren zijn versierd met wandtapijten in zijde gemaakt door Hélène en Isidore de Rudder. Dit ensemble omvat de belangrijkste ogenblikken uit het Leven. Zo verbeelden de drie panelen op het uiteinde de Verloving, het Huwelijk en het Gezin en de zijpanelen het Ontstaan van het Leven, de Arbeid (houthakkers die hout zagen), Vrijetijd (meisjes die piano spelen), de Rust en het Levenseinde (Schip dat over de Styx vaart, sombere kleuren)

Eretrap

De eretrap, centraal in het gebouw gelegen, maakte het voorwerp uit van een meesterlijke versiering door de kunstschilders Alfred en André Cluysenaar (vader en zoon), Jacques de Lalaing en Albert Ciamberlani.
Het allegorische fresco op het plafond, uitgevoerd door Cluysenaar zoon naar de schets van Cluysenaar vader zaliger, verbeeldt het Waarachtige, het Goede, het Mooie ; de Wetenschap verspreidt het Licht en draagt, samen met de Moraal en de Kunst, bij tot het nastreven van het Goede en het Mooie ; de Onwetendheid, meegesleept door de Intrige, de Leugen en de Brutale Kracht wordt ten val gebracht ; in haar nasleep volgen de Verdeeldheid en de Anarchie ; de Ondeugden en de Misdaden worden ontmaskerd.
De versiering van de hollijst van het plafond werd toevertrouwd aan Ciamberlani. De vier panelen omvatten elk, naast het versierend gedeelte, twee figuren en een klein paneel dat een van de seizoenen voorstelt. Op de zijmuren maakte hij rechts een stier en links een lam, die respectievelijk symbool zijn voor de Kracht en de Sereniteit. Het fries in grauwschildering is eveneens het werk van Ciamberlani. Het is samengesteld uit tien panelen. Beginnend bij de rechtse zijmuur ontdekken we de Onwetendheid, de Stem van het Verval (onderricht over zaken uit het verleden), de Eerbetuiging, het Vertrek, de Terugkomst, de Geborgenheid (de slaap), de Puberteit (jonge meisjes), de Liefde, de Illusie en de Eenzaamheid.

De zijpanelen die door Jacques de Lalaing werden gemaakt illustreren de Nijverheid (arbeider met een stophamer) en de Handel (vrouw met een weegschaal), twee essentiële activiteiten voor het economische leven van Sint-Gillis in die tijd.

De eretrap bevat ook drie beeldhouwwerken. Het meest symbolische voor de gemeente Sint-Gillis is zonder enige twijfel De Waterdraagster, gemaakt door Julien Dillens. Aangezien het origineel (om bewaringsredenen) op de eretrap wordt tentoongesteld, is het dus een kopie die zich op de fontein van de Bareel bevindt. De anekdoten zeggen dat de beeldhouwer als model een jong meisje zou genomen hebben dat als taak had de paarden te drinken te geven die de omnibus trokken. Op hetzelfde trapportaal staan een groot naaktbeeld, Wellust genoemd, gemaakt door Jef Lambeaux en ook zijn zelfportret dat de kunstenaar uitbeeldt in een meditatiehouding.

Cérèszaal

Voor hij in de Cérèszaal gaat kan de bezoeker niet naast het schilderij kijken met de indrukwekkende afmetingen, De intrede van Napoleon in Parijs. Nochtans is dit slechts een fragment van het Panorama van de Geschiedenis van de Eeuw geschilderd door Stevens en Gervex. Dit geheel, dat de grote tijdperken van de Franse geschiedenis schetste, werd tentoongesteld op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1889. Op de muur ertegenover hangt een triptiek met de titel De tuin van Eden.

De Cérèszaal dankt haar naam aan het marmeren standbeeldje van Egide Rombaux dat de godin van de Landbouw voorstelt. Zij versiert de kleine nis in roze onyx van de schouw die gemaakt werd door de marmerwerker Léon Evrard. Deze schouw sleepte trouwens een prijs in de wacht op de tentoonstelling van Parijs in 1900. Aan de muren hangen vele schilderijen. Sommige ervan getuigen echt over Sint-Gillis aan het einde van de XIXde eeuw, voor de gemeente haar grote veranderingen onderging door de verstedelijking.

Besluit

Het Stadhuis van Sint-Gillis, dat gebouwd werd in het begin van de XXste eeuw, kan beschouwd worden als een totaalwerk dat onderdak biedt aan beeldhouwwerken en schilderijen van de grootste Belgische kunstenaars uit die periode.

Wij hopen dat dit bezoek u de artistieke rijkdommen van het Stadhuis van Sint-Gillis heeft geopenbaard die al te dikwijls worden miskend.


décembre 2017 :

novembre 2017 | janvier 2018


Liens utiles...